05/01/2026

Sectorakkoord 2025-2026 voor het paritair comité 200

In België vindt het sociaal overleg plaats op drie niveaus: interprofessioneel/federaal, sectoraal en op ondernemingsniveau. De afgelopen maanden werden op federaal en interprofessioneel niveau de loonnorm en diverse maatregelen met betrekking tot de tewerkstelling vastgelegd, die als basis hebben gediend voor de sectorale onderhandelingen.

Deze onderhandelingen werden gevoerd binnen PC 200 en hebben geleid tot een sectorakkoord voor de jaren 2025–2026 (geldig van 1 december 2025 tot en met 31 december 2026). Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste beslissingen die van toepassing zijn op uw sector voor het komende jaar.

 

  1. Eindejaarspremie

Met ingang van 1 januari 2026 worden bepaalde regels met betrekking tot de eindejaarspremie versoepeld en zal de berekening ervan op een aantal punten worden aangepast:

  • 5 dagen tijdelijke werkloosheid (ongeacht of het gaat om werkgebrek wegens economische oorzaken of wegens overmacht) worden in aanmerking genomen voor de berekening van de eindejaarspremie. Tot op heden werden deze schorsingsperioden niet gelijkgesteld.

  • Een bediende die in de loop van het jaar door zijn/haar werkgever wordt ontslagen (behalve in geval van dringende reden) behoudt zijn/haar recht op de eindejaarspremie, zelfs indien hij/zij een tegenopzegging betekent. Voorheen verloor de ontslagen bediende hierdoor zijn/haar recht op de eindejaarspremie.

  • Een bediende die zelf ontslag neemt of van wie de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord wordt beëindigd, kan voortaan aanspraak maken op een eindejaarspremie pro rata zijn/haar prestaties, op voorwaarde dat hij/zij minstens 3 jaar anciënniteit in de onderneming kan bewijzen, tegenover de 5 jaar die tot nu toe vereist waren.

 

  1. Tijdskrediet

De regeling inzake tijdskrediet (met inbegrip van tijdskrediet met motief) wordt verlengd voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2029.

De sector behoudt eveneens de aanvullende vergoeding die wordt gefinancierd door het Sociaal Fonds voor:

  • de bedienden die een tijdskrediet landingsbaan van 1/5de starten vanaf de leeftijd van 60 jaar of later;

  • de bedienden die een tijdskrediet landingsbaan starten vanaf de leeftijd van 55 jaar of later, in toepassing van de NAR-cao nr. 179 en 180 (betreffende lange loopbaan van 35 jaar, zwaar beroep en 20 jaar nachtarbeid).

 

  1. Klein verlet (rouwverlof)

Vanaf 1 januari 2026 worden twee bijkomende dagen afwezigheid toegekend in twee gevallen van klein verlet voor rouw. Voor deze twee bijkomende dagen heeft de bediende het recht afwezig te zijn met behoud van het normale loon.

De twee betrokken gevallen van klein verlet hebben betrekking op:

  • Het overlijden van de echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner van de bediende, van een kind van de bediende of van zijn/haar echtgeno(o)t(e) of wettelijk samenwonende partner. In dat geval wordt de totale duur van het verlof verhoogd tot 12 dagen (10 + 2), waarvan 3 dagen moeten worden opgenomen tijdens de periode die begint met de dag van het overlijden en eindigt de dag van de begrafenis en 9 dagen (7 + 2) moeten worden opgenomen binnen het jaar na de dag van het overlijden.

    Er kan van de beide perioden waarin deze dagen moeten worden opgenomen, worden afgeweken op vraag van de bediende mits een akkoord van de werkgever.

  • Het overlijden van de vader of moeder van de bediende of van zijn/haar echtgeno(o)te of wettelijk samenwonende partner. In dit geval wordt de totale duur van het verlof verhoogd tot 5 dagen (3 + 2), waarvan drie dagen moeten worden opgenomen tussen het overlijden en de begrafenis, en twee bijkomende dagen binnen het jaar na het overlijden naar keuze van de bediende.

Ook hier kan, mits akkoord van de werkgever, van de vastgelegde periodes worden afgeweken.

  1. Mobiliteit

Openbaar vervoer – trein

Vanaf 1 januari 2026 zal de werkgever 100% van de prijs van de treinkaart in tweede klasse vanaf de eerste kilometer ten laste nemen (in plaats van momenteel 80%).
Het is aanbevolen om een derdebetalersregeling af te sluiten met de NMBS, waarbij een tussenkomst van 20% door de overheid wordt gedragen, wat resulteert in een volledige terugbetaling (100%) zonder bijkomende kosten voor de werkgever.

Fietsvergoeding

Vanaf 1 oktober 2026 zullen werknemers die regelmatig met de fiets naar het werk komen, een vergoeding ontvangen van 0,32 EUR per afgelegde kilometer, met een maximum van 12,80 EUR per dag (dus maximaal 40 km heen en terug).

Privé vervoermiddel

Vanaf 1 januari 2026 zal het plafondbedrag van het bruto jaarloon dat in aanmerking wordt genomen voor de tussenkomst van de werkgever in de kosten van privévervoer (momenteel 34.654 EUR) worden aangepast. Elk jaar zal dit plafondbedrag worden aangepast op basis van de evolutie van de gemiddelde gezondheidsindex, en dit vanaf 1 januari 2027.





Op de hoogte blijven van al ons nieuws? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief:

Voornaam (*) Naam (*) E-mail (*)