27/07/2021

Uitbreiding rouwverlof

Een werknemer die een dierbaar persoon verliest, heeft tijd nodig om te rouwen. De werknemer krijgt hiervoor een aantal dagen “rouwverlof”. Hoeveel dagen rouwverlof de werknemer krijgt, hangt af van de relatie die de werknemer heeft met de overledene. Dit rouwverlof is een vorm van klein verlet en wordt betaald door de werkgever.

Tot nu toe hadden werknemers recht op 3 dagen rouwverlof indien zij een kind of partner verloren. Aangezien er consensus was dat deze periode te kort was, werd een nieuwe wet aangenomen die dit rouwverlof uitbreidt van 3 naar 10 dagen. De wet brengt ook nog enkele andere nieuwigheden met zich mee.

In deze nieuwsbrief brengen wij u op de hoogte van de belangrijkste veranderingen. De nieuwe regelgeving is van toepassing op rouwverlof voor overlijdens vanaf 25 juli 2021.

 

Uitbreiding rouwverlof van 3 naar 10 dagen – voor wie?

In geval van overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner van de werknemer, van het kind van de werknemer, van het kind van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner van de werknemer, zal de werknemer vanaf nu recht hebben op 10 dagen rouwverlof in plaats van 3 dagen.

Een belangrijke nieuwigheid is dat deze regel ook zal gelden bij het overlijden van een pleegkind van de werknemer in het kader van een langdurige pleegzorg [1].

Van deze 10 dagen kan de werknemer:

  • 3 dagen opnemen tijdens de periode die begint op de dag van het overlijden en eindigt op de dag van de begrafenis.
  • 7 dagen opnemen naar keuze binnen het jaar na de dag van het overlijden.

Er kan van beide periodes waarin deze dagen opgenomen moeten worden, afgeweken worden op vraag van de werknemer als de werkgever hiermee akkoord is.

 

Arbeidsongeschiktheid volgend op nieuw uitgebreid rouwverlof

De nieuwe wet bepaalt ook wat er gebeurt indien een periode van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een ziekte of ongeval (anders dan een beroepsziekte, arbeidsongeval of ongeval van of naar het werk) onmiddellijk volgt op het rouwverlof wegens overlijden van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner van de werknemer, van het kind van de werknemer, van het kind van de echtgeno(o)t(e) of samenwonende partner van de werknemer.

In geval van arbeidsongeschiktheid, moet de werkgever in principe het gewoon loon van de werknemer doorbetalen gedurende een bepaalde periode. Dit wordt het “gewaarborgd loon” genoemd. Voor bedienden gaat het om 30 dagen gewaarborgd loon.

Wanneer de arbeidsongeschiktheid echter meteen volgt op het hierboven aangehaalde rouwverlof, zal het rouwverlof vanaf de 4de dag aangerekend worden op de periode van het gewaarborgd loon (zowel voor arbeiders als voor bedienden). Deze aanrekening kan enkel gebeuren wanneer de 4de dag van het rouwverlof meteen aansluit op de 3de dag van het rouwverlof. Concreet toegepast in een voorbeeld betekent dit het volgende:

Bijvoorbeeld: een bediende neemt 10 opeenvolgende dagen rouwverlof. Meteen daarna wordt hij 30 dagen arbeidsongeschikt. De 10 dagen van rouwverlof worden door de werkgever betaald. De laatste 7 dagen van het rouwverlof kunnen aangerekend worden op de periode van gewaarborgd loon, waardoor de werkgever geen 30 dagen gewaarborgd loon moet betalen, maar slechts 23 dagen (30 – 7). Voor de laatste 7 dagen van de arbeidsongeschiktheid zal de bediende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen krijgen van het ziekenfonds.

! Indien een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemings- of sectorniveau, het arbeidsreglement of de individuele arbeidsovereenkomst vóór de inwerkingtreding van deze nieuwe wet reeds meer dan 3 dagen rouwverlof toekende, kunnen deze extra dagen rouwverlof niet in mindering worden gebracht van het gewaarborgd loon.

 

Andere uitbreidingen 

De nieuwe wet heeft het toepassingsgebied van het rouwverlof ook uitgebreid tot het overlijden van een pleegkind van de werknemer in het kader van kortdurende pleegzorg en tot het overlijden van de pleegvader of pleegmoeder van de werknemer in het kader van langdurige pleegzorg.

 


[1] Definitie langdurige pleegzorg =  pleegzorg waarbij het kind minstens 6 maanden in het pleeggezin verblijft en is ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het gezin verblijft.

 

 





Op de hoogte blijven van al ons nieuws? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief:

Voornaam (*) Naam (*) E-mail (*)


Om uw surfervaring te verbeteren maakt Pro-Pay gebruik van cookies. Door te klikken op "OK" of door te navigeren op deze site gaat u akkoord met het gebruik van deze cookies.
Meer informatie   OK