Centenindex: wat betekent dit in de praktijk?

In onze nieuwsbrief van 19 januari 2026 brachten we u al op de hoogte van de geplande “centenindex”. De maatregel is intussen door het parlement goedgekeurd en van kracht sinds 1 juni 2026.
Hieronder vindt u een overzicht van hoe deze nieuwe maatregel in de praktijk toegepast zal worden.
Wat is de centenindex?
De centenindex bestaat uit twee grote onderdelen:
- De overheid beperkt vanaf 1 juni 2026 tweemaal de automatische loonindexering voor hogere lonen.
- Er wordt een nieuwe bijzondere patronale loonmatigingsbijdrage ingevoerd, waarbij werkgevers de helft van de besparing die door deze beperking van de indexering ontstaat, moeten doorstorten aan de overheid.
Beperking van de loonindexering: hoe werkt het?
In België wordt de loonindexering in de privésector geregeld op sectorniveau. Elke sector bepaalt zelf hoe de indexering wordt berekend en wanneer ze wordt toegepast.
De centenindex heeft een rechtstreekse impact op deze sectorale indexeringsmechanismen doordat de indexering gedeeltelijk wordt beperkt voor werknemers met een referteloon boven 4.000 EUR:
- Voor lonen tot en met 4.000 EUR bruto verandert er niets en zal de volledige indexering toegepast worden.
- Voor hogere lonen wordt de indexering begrensd: alle indexeringen hebben slechts uitwerking ten belope van 2% van het referteloon begrensd tot en met een bedrag van 4.000 EUR. Zodra een totale loonmatiging van 2% bereikt is, zal opnieuw het gewone sectorale indexatiemechanisme zonder beperking van toepassing zijn.
Omdat er geen uniform indexeringsmechanisme bestaat, verschilt de concrete toepassing van deze beperking van sector tot sector.
- Is de indexering gelijk aan 2%, zal het referteloon tot en met een bedrag van 4.000 EUR bruto geïndexeerd worden aan 2%. Het deel boven 4.000 EUR wordt niet geïndexeerd.
- Is de indexering hoger dan 2%, wordt het referteloon boven 4.000 EUR alleen verhoogd met het percentage boven de 2%.
Bijvoorbeeld: Een werknemer heeft een referteloon van 5.000 EUR bruto. Het toepasselijke indexpercentage is gelijk aan 2,5%.- Bij een gewone indexatie zou dit als volgt berekend worden: 5.000 EUR x 2,5%= 125 EUR.
- In geval van toepassing van de centenindex, zal dit echter als volgt berekend worden: (4.000 EUR x 2%) + (5.000 EUR x 0,5%) = 105 EUR.
- Is de indexering lager dan 2%, kan de centenindex meerdere indexaties vereisen voordat een totale loonmatiging van 2% is bereikt.
De beperking wordt twee keer toegepast: een eerste keer vanaf juni 2026 (“de eerste loonmatigingsperiode”) en opnieuw vanaf januari 2028 (“de tweede loonmatigingsperiode”).
Voor werkgevers in sectoren waar de lonen dit jaar nog worden geïndexeerd, betekent dit dat de beperking van de indexering dit jaar al toegepast moet worden. In sectoren die enkel in januari indexeren, zoals PC 200, zal de beperking pas in januari 2027 voor het eerst worden toegepast.
Vanaf 1 januari 2028 zal de beperking een tweede keer toegepast worden. Het grensbedrag van 4.000 EUR bruto, verhoogd met de spilindex voor ambtenarenlonen, wordt dan opnieuw gebruikt als referentie.
Deze beperking van de indexering zal automatisch verwerkt worden in de payrollberekeningen.
Wat wordt bedoeld met het referteloon?
Het referteloon is het bruto vast voltijds basisloon. Variabele vergoedingen of premies, overloon, maaltijd- en ecocheques, eindejaarspremies... worden dus niet meegerekend.
Voor deeltijdse werknemers moet het voltijdse equivalent worden berekend. Ook een dag- of uurloon moet eerst worden omgerekend naar een maandloon om het referteloon te bekomen.
De maatregel geldt ook voor minimumlonen, sectorbarema’s en loonschalen, zowel op sector- als ondernemingsniveau, zodra dit loon boven 4.000 EUR uitkomt.
Wat is de patronale loonmatigingsbijdrage?
Naast de beperking van de indexering wordt ook een patronale loonmatigingsbijdrage ingevoerd. Werkgevers in de privésector zullen een extra bijdrage moeten betalen die overeenkomt met de helft van het verschil tussen de normale en de beperkte indexering.
Deze bijdrage wordt in verschillende fasen ingevoerd:
- Tijdens de eerste en tweede loonmatigingsperiode betalen werkgevers een bijzondere patronale loonmatigingsbijdrage van zodra de indexeringsbeperking toegepast wordt.
- Wanneer in de eerste loonmatigingsperiode de beoogde loonmatiging van 2% is bereikt, wordt deze patronale loonmatigingsbijdrage omgezet in een voorlopige geconsolideerde loonmatigingsbijdrage.
- Zodra in de tweede loonmatigingsperiode opnieuw een matiging van 2% is bereikt, wordt de voorlopige geconsolideerde loonmatigingsbijdrage vervangen door de definitieve geconsolideerde loonmatigingsbijdrage.
De berekeningswijze van de (voorlopige en definitieve) geconsolideerde loonmatigingsbijdrage moet nog bepaald worden bij koninklijk besluit.
De verschillende bijdragen zullen automatisch worden berekend in de payroll.
Is de werkgever verplicht om de centenindex toe te passen?
Indien een werkgever beslist om de refertelonen boven 4.000 EUR toch volledig te indexeren, zal deze in strijd handelen met de wet. De wet zelf voorziet echter geen specifieke sanctie voor deze overtreding.
Het niet-toepassen van de centenindex kan wel de volgende gevolgen hebben:
- Mogelijke overtreding van de loonnorm: voor 2025–2026 bedraagt de loonnorm 0%. Een volledige indexering van lonen boven 4.000 EUR kan leiden tot een extra loonkost bovenop de wettelijke indexering. Die bijkomende loonkost telt mee voor de loonnorm en kan dus een schending vormen van de loonnorm.
- Verplichte betaling van de loonmatigingsbijdragen: ook wanneer de werkgever de indexeringsbeperking niet toepast, blijft hij verplicht om zowel de bijzondere als nadien de geconsolideerde loonmatigingsbijdrage te betalen.
Aarzel niet om ons te contacteren voor meer informatie via legal@pro-pay.be.






