Studentenarbeid: belangrijke aandachtspunten 2026

De dagen worden langer en warmer, wat betekent dat de zomer eraan komt. Dit is dan ook het ideale moment om nog eens de basisprincipes van studentenarbeid op een rijtje te zetten.
Wie komt in aanmerking voor studentenarbeid?
Sinds begin 2026 zijn de regels rond studentenarbeid gewijzigd: studenten van 15 jaar en ouder kunnen voortaan worden tewerkgesteld, ongeacht of zij de eerste twee jaren van het secundair onderwijs hebben voltooid, zelfs indien zij nog onderworpen zijn aan de voltijdse leerplicht.
Een student die in juni afstudeert, kan tot en met 30 september van dat jaar werken met een studentenovereenkomst.
Een student die echter zijn of haar studies beëindigt tijdens het academiejaar, wordt niet langer als student beschouwd en kan geen studentenovereenkomst meer afsluiten, zelfs indien hij of zij het diploma niet onmiddellijk ontvangt.
Een student mag maximaal 12 ononderbroken maanden bij dezelfde werkgever werken.
Lagere solidariteitsbijdrage voor studenten en contingent van 650 uur
Onder bepaalde voorwaarden is studentenarbeid vrijgesteld van de gewone sociale zekerheidsbijdragen (ca. 28% voor de werkgever en 13,07% voor de student). Indien aan de volgende voorwaarden voldaan is, is de studentenarbeid louter aan een veel lagere solidariteitsbijdrage (5,42% voor de werkgever en 2,71% voor de student), onderworpen:
-
De student wordt tewerkgesteld via een studentenovereenkomst die de wettelijk verplichte vermeldingen bevat en die werd afgesloten vóór de aanvang van de tewerkstelling. De studentenovereenkomst is steeds een overeenkomst van bepaalde duur, met een maximumduur van 12 maanden.
-
Sinds 2025 mogen studenten tot 650 uur per jaar werken onder dit gunstige regime. Uren boven dit contingent van 650 uur zijn niet langer onderworpen aan de lagere solidariteitsbijdrage, maar zullen aan de gewone sociale zekerheidsbijdragen onderworpen zijn (zoals voor een gewone werknemer).
-
De student kan het aantal gepresteerde uren raadplegen via Student@Work en er een attest downloaden met het resterende saldo. Het wordt sterk aanbevolen dit attest vooraf op te vragen, zodat duidelijk is hoeveel uren nog beschikbaar zijn onder het voordelige regime.
-
De student mag enkel werken tijdens periodes waarin hij niet aanwezig moet zijn op school.
-
De werkgever heeft vóór aanvang van de studentenarbeid een bijzondere Dimona-aangifte voor studenten gedaan. Indien u wenst dat uw Payroll Business Partner deze aangifte doet, gelieve hem of haar hiervan minstens twee werkdagen vóór de aanvang van de overeenkomst op de hoogte te brengen.
Loon en arbeidsvoorwaarden
U moet studenten minstens het minimumloon betalen dat in de sector geldt, net zoals voor uw andere werknemers (of de minimumlonen op ondernemingsniveau indien gunstigere voorwaarden werden overeengekomen), tenzij de sector zelf in een uitzondering voorziet voor studentenarbeid. Zo voorziet PC 200 (aanvullend paritair comité voor bedienden) in specifieke minimumlonen voor studenten.
In principe zijn dezelfde arbeidsrechtelijke regels van toepassing op studenten als op gewone werknemers. Zo moeten studenten bij de start van hun tewerkstelling ook een exemplaar van het arbeidsreglement ontvangen.
Er bestaan echter enkele uitzonderingen op dit algemene principe. Een studentenovereenkomst bevat bijvoorbeeld een proefperiode van 3 dagen. Studenten mogen minder dan 1/3 van de wekelijkse arbeidsduur werken (bij een werkweek van 38 uur betekent dit minder dan 13 uur per week), en nachtarbeid is in de meeste gevallen verboden voor minderjarigen.
*Nieuw*: met de uitbreiding van de toegang tot studentenarbeid werden bijkomende beschermingsmaatregelen ingevoerd voor 15-jarige studenten:
-
Zij mogen enkel “lichte arbeid” verrichten, zoals het aanvullen van rekken, hulp bij verkoop of logistieke activiteiten zoals het ontvangen van goederen, opslag, wegen, enz.
-
Tijdens het schooljaar is hun arbeidstijd beperkt tot 2 uur per schooldag, 8 uur voor dagen zonder school en 12 uur per week. Tijdens schoolvakanties van minstens één week worden deze grenzen verhoogd tot 8 uur per dag en 40 uur per week.
-
Er moet een rustperiode van 14 opeenvolgende uren worden gegarandeerd tussen het einde van een werkdag en het begin van de volgende.
Inschrijvingsbewijs
Als werkgever moet u kunnen aantonen dat de persoon die u tewerkstelt effectief student is. De RSZ kan u daarom vragen een inschrijvingsbewijs voor het lopende academiejaar voor te leggen.
Het wordt dan ook sterk aanbevolen om vóór de start van de tewerkstelling een kopie van het inschrijvingsbewijs op te vragen en deze te bewaren op de werkplek.
Wat moet u doen als werkgever?
Vóór de start van de studentenovereenkomst:
- Vraag het inschrijvingsbewijs en het Student@Work-attest op
- Onderteken de studentenovereenkomst
- Dien de Dimona-aangifte in - informeer uw Payroll Business Partner!
Bij de start van de tewerkstelling: Bezorg de student een exemplaar van het arbeidsreglement en laat een ontvangstbewijs ondertekenen.






